Het interieur
Afgezien van het orgel is het historisch belangrijkste onderdeel van het interieur de preekstoel. Deze is
vervaardigd in 1645 en draagt duidelijk het stempel van het 17e- eeuwse protestantse kerkmeubilair.
De koperen doopbekkenhouder en de zandloperhouder aan de kansel en de kaarsenstandaard op de
voorste bank zijn ook van oude datum. De gerestaureerde banken voor de kerkenraad aan de noordzijde
en voor de kerkvoogdij aan de zuidzijde zijn zeer sober, mogelijk 18e- eeuws. Al de overige banken
zijn nieuw. Deze werden na de laatste restauratie geplaatst als geschenk van de diaconie der gemeente.
Voor de preekstoel liggen een vijftal grafzerken, waarvan die van de chirurgijn mr. Fransoies Willem
van der Tholen de oudste is. Deze dateert uit 1650. Bovenop de consistorie is een gallerij gebouwd.
In het schip zijn ongeveer 300 zitplaatsen gemaakt. Op de gallerij kunnen nog ongeveer zo'n 60 mensen
een plaats vinden. In de noordelijke en zuidelijke zijbeuk kunnen nog zo'n 100 stoelen geplaatst
worden, zodat er met de kerkenraad- en kerkvoogdijbanken meegerekend zo'n 500 mensen een plaats
kunnen krijgen.
De koperen kroon voor de kansel met drie schildjes, waarop vroeger wapens waren aangebracht, is erg
oud. Mogelijk dateert deze uit dezelfde tijd als de preekstoel. De andere kronen zijn latere schenkingen.
Klank
De kerk staat in de verre omtrek bekend om z'n bijzonder mooie akoestiek. Samen met de vrij bijzondere stemming
van het orgel, geeft dat een heel apart effect. In maart 1996 is in de kerk de CD/MC Met Psalmen
Prijzen opgenomen. Daarop is deze bijzondere klank goed te beluisteren.
In de kapel aan de noordzijde hangt een bord met de namen van de kerkmeesters en de bouwlieden,
die betrokken waren bij één van de vroegere restauraties, namelijk die van 1804. Tot de laatste
restauratie hing dit bord boven het raam in de oostelijke gevel en bedekte daar de initialen A.H. van de
meester metselaar en E.W. van de meester timmerman, die de restauratie van 1778 hebben verricht.